Aufzug

zelfstandig naamwoord
  1. Een mechanisch apparaat dat mensen of goederen verticaal tussen verschillende verdiepingen van een gebouw verplaatst. zelfstandig naamwoord
    De Aufzug in het gebouw is kapot, dus we moeten de trap nemen.
    In moderne wolkenkrabbers zijn vaak meerdere Aufzüge aanwezig.
  2. Een optocht of ceremonieel vertoon, vaak in de context van een feest of parade. zelfstandig naamwoord
    Tijdens het carnaval is er altijd een kleurrijke Aufzug door de stad.
    De Aufzug van het koninklijk paar trok veel toeschouwers.