Een plaats waar goederen of voorraden worden opgeslagen. zelfstandig naamwoord
De producten worden in het magazijn in het lager bewaard.
Het bedrijf heeft een groot lager voor al zijn materialen.
Een type bier dat onder lage temperaturen wordt gegist. zelfstandig naamwoord
Hij bestelde een koud glas lager bij de bar.
Lager is populair vanwege zijn frisse en lichte smaak.
Een mechanisch onderdeel dat rotatie mogelijk maakt door wrijving te verminderen. zelfstandig naamwoord
De machine stopte met werken vanwege een defect lager.
Het vervangen van het lager verbeterde de prestaties van de motor.
Minder hoog in positie, rang of waarde. bijvoeglijk naamwoord
De temperatuur is vandaag lager dan gisteren.
Zijn salaris is lager dan dat van zijn collega's.