Magier

zelfstandig naamwoord
  1. Een persoon die magie beoefent of in staat is om magische handelingen uit te voeren. zelfstandig naamwoord
    De magier verraste het publiek met zijn verbluffende trucs.
    In het verhaal hielp de magier de held met een krachtige spreuk.
  2. Een persoon die optreedt als illusionist en het publiek vermaakt met goocheltrucs. zelfstandig naamwoord
    De magier liet een konijn uit zijn hoed verschijnen.
    Tijdens het feest trad een magier op die iedereen versteld deed staan.