Nocken

zelfstandig naamwoord
  1. Een uitsteeksel of nok op een mechanisch onderdeel, vaak gebruikt om beweging over te brengen of te reguleren. zelfstandig naamwoord
    De nocken op de as zorgen voor de juiste timing van de kleppen in de motor.
    Bij het repareren van de machine bleek dat een van de nocken versleten was.
  2. In de context van sport, met name voetbal, verwijst het naar de noppen onder voetbalschoenen die grip bieden op het veld. zelfstandig naamwoord
    De voetballer controleerde zijn schoenen om te zien of alle nocken nog intact waren.
    Op een nat veld zijn langere nocken vaak effectiever voor betere grip.