Pipi

zelfstandig naamwoord
  1. Een informele term voor urine, vaak gebruikt door of tegen kinderen. zelfstandig naamwoord
    Het kindje moest dringend pipi doen.
    Tijdens de lange autorit stopten we even zodat de kinderen pipi konden doen.
  2. Een informele term voor het plassen, vaak gebruikt door of tegen kinderen. werkwoord
    Mama, ik moet pipi doen!
    Voordat we vertrekken, ga ik nog snel even pipi doen.