Rahmen

zelfstandig naamwoord
  1. Een omlijsting of structuur die iets omsluit of ondersteunt. zelfstandig naamwoord
    Het schilderij hing in een prachtige gouden Rahmen aan de muur.
    De architect ontwierp een gebouw met een stalen Rahmen voor extra stevigheid.
  2. De context of het kader waarin iets plaatsvindt. zelfstandig naamwoord
    De discussie vond plaats binnen het Rahmen van de jaarlijkse vergadering.
    In het Rahmen van het project werden verschillende workshops georganiseerd.