Schild

zelfstandig naamwoord
  1. Een beschermend object dat wordt gebruikt om aanvallen af te weren, vaak gedragen door soldaten of ridders. zelfstandig naamwoord
    De ridder hield zijn schild stevig vast tijdens de strijd.
    Het schild van de soldaat was versierd met een familiewapen.
  2. Een harde, beschermende laag die sommige dieren, zoals schildpadden en insecten, bedekt. zelfstandig naamwoord
    De schildpad trok zich terug in zijn schild toen hij zich bedreigd voelde.
    De kever heeft een glanzend schild dat hem beschermt tegen roofdieren.
  3. Een vlakke plaat of bord dat dient als aanduiding of versiering, bijvoorbeeld een uithangbord of naamplaatje. zelfstandig naamwoord
    Het schild boven de deur gaf de naam van de winkel aan.
    Op het schild van het café stond een afbeelding van een bierpul.