Tat

zelfstandig naamwoord
  1. Kleine, vaak niet-waardevolle voorwerpen of rommel die ergens ligt of achterblijft, meestal als gevolg van afval of afbraak. zelfstandig naamwoord
    De zolder ligt vol met oude tat die niemand meer gebruikt.
    Hij ruimde de kamer op en gooide al het tat weg.
  2. Kleine, onbeduidende of onhandige handelingen of dingen die weinig waarde of betekenis hebben. zelfstandig naamwoord
    Het was slechts wat tat tijdens de vergadering, niets belangrijks.
    Ze maakte wat tat in de keuken en deed verder niets bijzonders.