basa

zelfstandig naamwoord
  1. Een zoetwatervis afkomstig uit Zuidoost-Azië, vaak gebruikt in de keuken vanwege zijn milde smaak. zelfstandig naamwoord
    De basa wordt vaak gefileerd en gebakken geserveerd.
    In veel supermarkten kun je diepgevroren basafilets kopen.
  2. Informele term voor 'basis', vaak gebruikt in jongerentaal om een plek of uitgangspunt aan te duiden. zelfstandig naamwoord
    We spreken af op de basa voordat we naar het feest gaan.
    Zijn huis is de basa voor al onze avonturen.