breathing

zelfstandig naamwoord
  1. Het proces van inademen en uitademen, waarbij lucht in en uit de longen wordt verplaatst. zelfstandig naamwoord
    Tijdens het sporten is een goede ademhaling belangrijk.
    Hij hoorde de rustige ademhaling van zijn slapende kind.
  2. Het uitvoeren van de handeling van ademhalen. werkwoord
    Ze probeerde te ontspannen door diep te ademen.
    Hij ademde langzaam in en uit om kalm te blijven.