buffer

zelfstandig naamwoord
  1. Een reservevoorraad of -capaciteit die wordt aangehouden om schommelingen in vraag en aanbod op te vangen. zelfstandig naamwoord
    Het bedrijf houdt een buffer aan van grondstoffen om productieonderbrekingen te voorkomen.
    Tijdens economische onzekerheid is het verstandig om een financiële buffer te hebben.
  2. Een apparaat of mechanisme dat schokken of stoten absorbeert. zelfstandig naamwoord
    De trein is uitgerust met buffers om de impact bij het koppelen te verminderen.
    De auto heeft een buffer aan de voorkant om schade bij een botsing te beperken.
  3. Een tijdelijke opslagplaats voor gegevens, vooral in de context van computertechnologie, om de gegevensstroom te reguleren. zelfstandig naamwoord
    De video werd gepauzeerd om te bufferen, zodat het zonder onderbrekingen kon worden afgespeeld.
    De printer gebruikt een buffer om printopdrachten in de juiste volgorde te verwerken.