champions

zelfstandig naamwoord
  1. Meervoudsvorm van 'champion', wat in het Nederlands 'kampioen' betekent. Het verwijst naar iemand die een wedstrijd of competitie heeft gewonnen. zelfstandig naamwoord
    De champions van het toernooi werden feestelijk onthaald.
    In de sportwereld worden champions vaak als helden beschouwd.
  2. Verouderde of informele spelling van 'champignons', een soort paddenstoel die vaak in de keuken wordt gebruikt. zelfstandig naamwoord
    In de soep zaten verse champions.
    Mijn favoriete pizza heeft champions en kaas als topping.