coach

zelfstandig naamwoord
  1. Iemand die anderen begeleidt en adviseert om hun doelen te bereiken, vaak in een sportieve of professionele context. zelfstandig naamwoord
    De coach van het voetbalteam gaf tijdens de rust belangrijke aanwijzingen.
    Zij werkt als coach voor jonge ondernemers die hun bedrijf willen laten groeien.
  2. Een luxe touringcar die wordt gebruikt voor het vervoer van groepen mensen over lange afstanden. zelfstandig naamwoord
    We reisden met een comfortabele coach naar Parijs voor het weekend.
    De coach stond klaar om de toeristen naar hun hotel te brengen.