duo

zelfstandig naamwoord
  1. Een paar of tweetal dat samenwerkt of optreedt. zelfstandig naamwoord
    Het muzikale duo gaf een fantastisch concert in het park.
    Ze vormen een succesvol duo in het bedrijfsleven.
  2. Een combinatie van twee dingen die bij elkaar horen of samen worden gebruikt. zelfstandig naamwoord
    De duo van kaas en wijn is populair op feestjes.
    Ze kochten een duo van bijpassende stoelen voor de woonkamer.