elf

zelfstandig naamwoord
  1. Het getal dat volgt op tien en voorafgaat aan twaalf. zelfstandig naamwoord
    Er zijn elf spelers in een voetbalteam.
    Ik heb elf appels gekocht op de markt.
  2. Een mythisch wezen uit folklore, vaak afgebeeld als een klein, magisch wezen met puntige oren. zelfstandig naamwoord
    In het sprookje hielp een elf de schoenmaker met zijn werk.
    De elf danste vrolijk in de maanverlichte tuin.