faltar

werkwoord
  1. Ontbreken of niet aanwezig zijn van iets dat verwacht of nodig is. Het verwijst naar het ontbreken van een bepaald element, object of persoon. werkwoord
    Er ontbreekt een ingrediënt in het recept, het lijkt alsof er iets ontbreekt.
    Hij voelde dat er iets ontbrak in zijn leven, maar kon niet precies aangeven wat.
  2. Een gevoel van tekort of gemis ervaren, vaak in emotionele of psychologische contexten. werkwoord
    Ze faltte het gemis van haar familie erg zwaar.
    Na de verhuizing faltte hem de warmte van zijn oude huis.