gâcher
- Het verspillen of verkwisten van iets waardevols door onzorgvuldig of ondoordacht handelen. werkwoordHij heeft de kans om te studeren gegâcheerd door niet naar de lessen te gaan.Ze gâcheerde het dure parfum door het overal in de kamer te spuiten.
- Het mengen van materialen, zoals cement of verf, op een onjuiste manier waardoor het eindproduct van slechte kwaliteit is. werkwoordAls je het cement niet goed gâcheert, zal de muur niet stevig zijn.De schilder gâcheerde de verf, waardoor de kleur ongelijkmatig was.