gevoeligheid

zelfstandig naamwoord
  1. De eigenschap of toestand van gevoelig zijn; het vermogen om snel of sterk te reageren op prikkels of invloeden van buitenaf. zelfstandig naamwoord
    Zijn gevoeligheid voor kritiek maakte hem kwetsbaar.
    De gevoeligheid van de sensor moet worden aangepast voor nauwkeurige metingen.
  2. Het vermogen om emoties diep te voelen of te begrijpen; empathie of emotionele intelligentie. zelfstandig naamwoord
    Haar gevoeligheid voor de gevoelens van anderen maakte haar een goede therapeut.
    Hij toonde een grote gevoeligheid in zijn benadering van het probleem.
  3. De mate waarin iemand of iets vatbaar is voor invloeden of veranderingen, zoals allergieën of reacties op medicijnen. zelfstandig naamwoord
    De gevoeligheid voor pollen kan in de lente toenemen.
    Zijn gevoeligheid voor bepaalde medicijnen vereist speciale aandacht van de arts.