heat

zelfstandig naamwoord
  1. Een ronde of serie in een wedstrijd waarin deelnemers strijden om zich te kwalificeren voor de volgende ronde. zelfstandig naamwoord
    De atleet won zijn heat en ging door naar de finale.
    Er waren zes heats voordat de halve finales begonnen.
  2. Een fase van verhitting of opwarming, vaak gebruikt in de context van koken of chemische processen. zelfstandig naamwoord
    Zet de pan op middelhoog heat om de saus te laten sudderen.
    De chemische reactie begon pas bij een bepaalde heat.