hei

zelfstandig naamwoord
  1. Een gebied met heideplanten, vaak gekenmerkt door een open landschap met struikgewas en weinig bomen. zelfstandig naamwoord
    We maakten een lange wandeling over de hei.
    In de zomer staat de hei prachtig in bloei.
  2. Een informele begroeting, vergelijkbaar met 'hallo'. tussenwerpsel
    Hei, hoe gaat het met je?
    Toen ik de kamer binnenkwam, zei iedereen 'hei'.