inferior

bijvoeglijk naamwoord
  1. Minderwaardig of van lagere kwaliteit of status. bijvoeglijk naamwoord
    Het product werd als inferior beschouwd vanwege de slechte materialen.
    In de hiërarchie van het bedrijf had hij een inferieure positie.
  2. Iets of iemand die lager in rang of status is. zelfstandig naamwoord
    Als inferior in het team had hij minder verantwoordelijkheden.
    De inferiors in de organisatie moesten rapporteren aan de leidinggevenden.