kaks

zelfstandig naamwoord
  1. Een informele term voor uitwerpselen of ontlasting. zelfstandig naamwoord
    De hond liet een kaks achter in de tuin.
    Hij stapte per ongeluk in een kaks op het trottoir.
  2. Een informele term die wordt gebruikt om iets als waardeloos of onbelangrijk te beschrijven. bijvoeglijk naamwoord
    Dat boek was echt kaks, ik heb het na een paar pagina's weggelegd.
    Hij vertelde een verhaal dat helemaal kaks was.