mall

zelfstandig naamwoord
  1. Een winkelcentrum, vaak een groot overdekt complex met veel verschillende winkels en eetgelegenheden. zelfstandig naamwoord
    We gingen naar de mall om nieuwe kleding te kopen.
    De mall was druk bezocht tijdens de uitverkoop.
  2. Verouderde term voor een gek of dwaas persoon. zelfstandig naamwoord
    Hij gedroeg zich als een mall en maakte iedereen aan het lachen.
    In het dorp stond hij bekend als de plaatselijke mall.