meel

zelfstandig naamwoord
  1. Fijn gemalen poeder dat wordt verkregen door granen zoals tarwe, maïs of rogge te malen, en dat wordt gebruikt voor het bakken van brood, gebak en andere voedingsmiddelen. zelfstandig naamwoord
    Ik heb meel nodig om een taart te bakken.
    Het meel werd opgeslagen in grote zakken in de voorraadkast.
  2. In een figuurlijke zin kan 'meel' ook verwijzen naar iets dat fijn gemalen of verpulverd is, niet noodzakelijkerwijs van graan. zelfstandig naamwoord
    De oude documenten waren tot stof en meel vergaan.
    De rotsen werden door de eeuwen heen tot meel vermalen door de rivier.