new

bijvoeglijk naamwoord
  1. Recent gemaakt, ontstaan of geïntroduceerd; niet eerder bestaand of gebruikt. bijvoeglijk naamwoord
    Ik heb een nieuwe auto gekocht.
    Het nieuwe gebouw is erg modern.
  2. Anders dan voorheen; veranderd of vernieuwd. bijvoeglijk naamwoord
    We hebben een nieuw plan nodig.
    Hij heeft een nieuwe aanpak voor het probleem.