oath

zelfstandig naamwoord
  1. Een plechtige belofte of verklaring, vaak met een religieuze of morele lading, waarbij men zich verplicht tot het nakomen van een bepaalde handeling of het spreken van de waarheid. zelfstandig naamwoord
    Hij legde een eed af om de waarheid te spreken tijdens de rechtszaak.
    Als arts moet je de eed van Hippocrates afleggen.
  2. Een krachtterm of vloek die men uitspreekt in een moment van frustratie of boosheid. zelfstandig naamwoord
    Hij slaakte een eed toen hij zijn teen stootte tegen de tafel.
    Tijdens het spel liet hij een paar eeden vallen toen hij verloor.