parel

zelfstandig naamwoord
  1. Een glanzend, rond object dat wordt gevormd in de schelp van bepaalde weekdieren, vooral oesters, en wordt gewaardeerd als edelsteen. zelfstandig naamwoord
    Zij droeg een ketting met een prachtige parel eraan.
    De parel was perfect rond en had een schitterende glans.
  2. Iets dat bijzonder mooi of waardevol is. zelfstandig naamwoord
    Het schilderij wordt beschouwd als een parel van de moderne kunst.
    Dat boek is een parel in de Nederlandse literatuur.