pastor
- Een geestelijke leider binnen de protestantse kerken, verantwoordelijk voor het geestelijk welzijn van de gemeenteleden, het leiden van diensten en het geven van religieuze begeleiding. zelfstandig naamwoordDe pastor bezocht de zieken in het ziekenhuis om hen te troosten.De pastor hield een inspirerende preek tijdens de kerkdienst.
- In sommige contexten ook gebruikt voor een geestelijke die een bepaalde gemeenschap of parochie leidt, vergelijkbaar met een dominee of predikant. zelfstandig naamwoordDe pastor werd door de gemeente gekozen als hun spiritueel leider.Na de dienst sprak de pastor met de gemeenteleden over hun zorgen.