patio

zelfstandig naamwoord
  1. Een betegelde of geplaveide buitenruimte die vaak aan een huis grenst en gebruikt wordt voor ontspanning of sociale bijeenkomsten. zelfstandig naamwoord
    We hebben de barbecue op de patio gehouden.
    Ze zat 's ochtends graag met een kop koffie op de patio.
  2. Een binnenplaats, vaak omgeven door muren of gebouwen, die deel uitmaakt van een huis of complex. zelfstandig naamwoord
    De patio van het hotel was prachtig versierd met bloemen.
    In Spanje is het gebruikelijk om een centrale patio in huizen te hebben.