posponer

werkwoord
  1. Het woord 'posponer' lijkt een verbastering of een niet-standaard woord in het Nederlands te zijn. Het kan mogelijk afkomstig zijn van het Engelse 'postpone', wat 'uitstellen' betekent. werkwoord
    We moeten de vergadering posponer vanwege onvoorziene omstandigheden.
    Kun je de deadline posponer tot volgende week?