raad

zelfstandig naamwoord
  1. Een groep mensen die samenkomt om beslissingen te nemen of advies te geven, vaak in een officiële of bestuurlijke context. zelfstandig naamwoord
    De gemeenteraad vergadert elke maand om lokale kwesties te bespreken.
    Hij is lid van de raad van bestuur van het bedrijf.
  2. Advies of aanbeveling die iemand aan een ander geeft. zelfstandig naamwoord
    Ze gaf me de raad om meer te sparen voor mijn pensioen.
    Zijn raad was om rustig te blijven en het probleem stap voor stap op te lossen.
  3. Het proces van raden of een gok doen. zelfstandig naamwoord
    Ik heb geen idee wat het antwoord is, ik moet een raad doen.
    Zijn raad bleek juist te zijn, hij had het goed geraden.