ramp

zelfstandig naamwoord
  1. Een gebeurtenis die ernstige schade of leed veroorzaakt, zoals een natuurramp of een ongeluk. zelfstandig naamwoord
    De aardbeving was een grote ramp voor het land.
    De olieramp heeft het ecosysteem ernstig beschadigd.
  2. Een situatie die als zeer ongunstig of problematisch wordt ervaren. zelfstandig naamwoord
    Het uitvallen van de computersystemen was een ramp voor het bedrijf.
    De regen op de trouwdag werd als een ramp gezien door het bruidspaar.