ruptura

zelfstandig naamwoord
  1. Een scheur of breuk in een weefsel of structuur, vaak gebruikt in medische contexten om een beschadiging aan te duiden. zelfstandig naamwoord
    De patiënt had een ruptura van de achillespees opgelopen tijdens het sporten.
    Een ruptura van het trommelvlies kan leiden tot gehoorverlies.