screen

zelfstandig naamwoord
  1. Een scherm of monitor waarop beelden worden weergegeven, zoals bij een computer, televisie of telefoon. zelfstandig naamwoord
    Ik heb een nieuw screen gekocht voor mijn computer.
    Het screen van mijn telefoon is gebarsten.
  2. Een beschermend of filterend oppervlak, bijvoorbeeld een zonnescherm of insectenscherm. zelfstandig naamwoord
    We hebben een screen voor het raam geplaatst om de zon buiten te houden.
    Het insectenscherm houdt de muggen buiten.
  3. Het proces van het tonen of vertonen van iets op een scherm. werkwoord
    De film wordt gescreend in de bioscoop.
    Ze screenen de presentatie op het grote scherm.