shriek
- Een scherpe, hoge kreet of gil, vaak uit angst of pijn. zelfstandig naamwoordZe slaakte een shriek toen ze de muis zag.De shriek van de vogel klonk door het bos.
- Het maken van een scherpe, hoge kreet of gil. werkwoordHij shriekte van schrik toen de deur plotseling dichtsloeg.De kinderen shriekten van plezier op de kermis.