som
- Een optelling van getallen of hoeveelheden. zelfstandig naamwoordDe som van 5 en 3 is 8.Hij maakte een fout in de som waardoor het antwoord verkeerd was.
- Een wiskundige oefening die een optelling vereist. zelfstandig naamwoordDe leraar gaf ons een som om op te lossen als huiswerk.Tijdens de toets moesten we verschillende sommen maken.
- Een grote hoeveelheid geld. zelfstandig naamwoordHij won een aanzienlijke som in de loterij.Voor de renovatie van het huis was een flinke som geld nodig.