som

zelfstandig naamwoord
  1. Een optelling van getallen of hoeveelheden. zelfstandig naamwoord
    De som van 5 en 3 is 8.
    Hij maakte een fout in de som waardoor het antwoord verkeerd was.
  2. Een wiskundige oefening die een optelling vereist. zelfstandig naamwoord
    De leraar gaf ons een som om op te lossen als huiswerk.
    Tijdens de toets moesten we verschillende sommen maken.
  3. Een grote hoeveelheid geld. zelfstandig naamwoord
    Hij won een aanzienlijke som in de loterij.
    Voor de renovatie van het huis was een flinke som geld nodig.