tala

zelfstandig naamwoord
  1. Het proces van het kappen of omhakken van bomen, vaak met als doel het vrijmaken van land of het verkrijgen van hout. zelfstandig naamwoord
    De tala van het bos werd uitgevoerd om ruimte te maken voor landbouwgrond.
    Door de grootschalige tala van bomen is er veel biodiversiteit verloren gegaan.
  2. Een muzikale term afkomstig uit de Indiase muziek, die verwijst naar een ritmisch patroon of cyclus. zelfstandig naamwoord
    De tabla-speler volgde nauwkeurig de complexe tala tijdens het concert.
    In de Indiase klassieke muziek is het belangrijk om de tala te begrijpen en te beheersen.