tent
- Een draagbare constructie van doek of ander materiaal, gespannen over een frame van stokken, gebruikt als tijdelijke schuilplaats of verblijfplaats. zelfstandig naamwoordWe zetten de tent op in het bos voor het weekend.Tijdens het festival sliepen we in een tent op de camping.
- Informele benaming voor een café, bar of uitgaansgelegenheid. zelfstandig naamwoordWe gaan vanavond naar die nieuwe tent in de stad.De tent zat helemaal vol tijdens het concert.