to attend

werkwoord
  1. Bijwonen of aanwezig zijn bij een evenement, vergadering of activiteit. werkwoord
    Ik zal de vergadering morgen bijwonen.
    Hij besloot de conferentie niet bij te wonen.
  2. Zich bezighouden met of zorgen voor iemand of iets. werkwoord
    De verpleegster zal de patiënt regelmatig verzorgen.
    Hij besteedt veel tijd aan het verzorgen van zijn tuin.