to meet

werkwoord
  1. Ontmoeten of samenkomen met iemand, meestal met een bepaald doel of op een geplande tijd en plaats. werkwoord
    Ik zal morgen met mijn vrienden afspreken in het park.
    Ze ontmoeten elkaar elke week voor een kop koffie.
  2. Aan bepaalde eisen, verwachtingen of voorwaarden voldoen. werkwoord
    Het nieuwe product moet aan hoge kwaliteitsnormen voldoen.
    Zijn prestaties voldoen niet aan de verwachtingen van de werkgever.