to shout

werkwoord
  1. Schreeuwen betekent met een luide stem spreken of roepen, vaak om aandacht te trekken of uit emotie. werkwoord
    Hij moest schreeuwen om boven het lawaai uit te komen.
    Tijdens het concert begon het publiek te schreeuwen van enthousiasme.
  2. Schreeuwen kan ook betekenen dat iemand iets met kracht en nadruk zegt, vaak uit boosheid of frustratie. werkwoord
    Ze schreeuwde tegen haar kinderen omdat ze niet luisterden.
    De coach schreeuwde instructies naar de spelers vanaf de zijlijn.