to trade

werkwoord
  1. Handelen of ruilen van goederen of diensten tussen partijen, vaak met als doel winst te maken. werkwoord
    De bedrijven besloten om te trade in grondstoffen om hun winstmarges te verhogen.
    Hij leerde al jong hoe hij moest trade op de markt om winst te maken.
  2. Het proces van het kopen en verkopen van financiële instrumenten zoals aandelen, obligaties of valuta. werkwoord
    Ze begon te trade in aandelen nadat ze een cursus had gevolgd.
    Veel mensen gebruiken online platforms om te trade in cryptocurrencies.