trainer

zelfstandig naamwoord
  1. Iemand die anderen begeleidt en instrueert in sport of fitness om hun prestaties te verbeteren. zelfstandig naamwoord
    De trainer gaf de voetballers nieuwe oefeningen om hun techniek te verbeteren.
    Als persoonlijke trainer helpt hij zijn cliënten hun fitnessdoelen te bereiken.
  2. Een apparaat of hulpmiddel dat wordt gebruikt om fysieke oefeningen uit te voeren of te verbeteren. zelfstandig naamwoord
    De hometrainer is een populair apparaat voor cardio-oefeningen thuis.
    Ze kocht een nieuwe trainer om haar uithoudingsvermogen te verbeteren.