Een substantie die bestaat uit triglyceriden en die in het lichaam van mensen en dieren voorkomt als energieopslag en isolatie. zelfstandig naamwoord
De dokter adviseerde hem om minder vet te eten.
Boter is een vorm van vet die vaak in de keuken wordt gebruikt.
Een eigenschap van een substantie die olieachtig en glad is. zelfstandig naamwoord
De machine had wat vet nodig om soepel te blijven werken.
Het vet op de fietsketting zorgt ervoor dat deze niet roest.
Informeel: iets dat heel goed, leuk of indrukwekkend is. bijvoeglijk naamwoord
Die nieuwe film was echt vet!
Wat een vette auto heb je gekocht!