wee

zelfstandig naamwoord
  1. Een gevoel van pijn of verdriet; leed of smart. zelfstandig naamwoord
    Hij voelde een diep wee toen hij het slechte nieuws hoorde.
    Het wee van de verloren liefde bleef haar achtervolgen.
  2. Een samentrekking van de baarmoeder tijdens de bevalling. zelfstandig naamwoord
    De weeën werden steeds sterker naarmate de bevalling vorderde.
    Ze telde de minuten tussen elke wee om te weten wanneer ze naar het ziekenhuis moest gaan.