zwakte

zelfstandig naamwoord
  1. De toestand of eigenschap van weinig kracht of sterkte hebben; gebrek aan fysieke of mentale kracht. zelfstandig naamwoord
    Na de operatie voelde hij een grote zwakte in zijn benen.
    De zwakte van het argument werd snel duidelijk tijdens het debat.
  2. Een tekortkoming of gebrek in een systeem, plan of structuur. zelfstandig naamwoord
    De zwakte in het beveiligingssysteem werd door de hackers uitgebuit.
    Het rapport wees op verschillende zwaktes in het huidige beleid.