Shorts Nederlands
3 vertalingen
| Vertaling | Context | Audio |
|---|---|---|
|
gebruikelijk
🇺🇸 He wore shorts to the beach.
🇳🇱 Hij droeg een korte broek naar het strand.
🇺🇸 I prefer shorts in the summer.
🇳🇱 Ik draag liever een korte broek in de zomer.
|
dagelijks gebruik | |
|
informeel
🇺🇸 She bought new shorts for the gym.
🇳🇱 Ze heeft nieuwe shorts gekocht voor de sportschool.
🇺🇸 I packed my shorts for the trip.
🇳🇱 Ik heb mijn shorts ingepakt voor de reis.
|
informeel | |
|
technisch
🇺🇸 A short circuit, or shorts, can cause damage.
🇳🇱 Een kortsluiting, of shorts, kan schade veroorzaken.
|
technisch |