Contar Nederlands
4 vertalingen
| Vertaling | Context | Audio |
|---|---|---|
|
gebruikelijk
🇪🇸 ¿Puedes contar hasta diez?
🇳🇱 Kun je tot tien tellen?
🇪🇸 Contamos los votos rápidamente.
🇳🇱 We tellen de stemmen snel.
|
dagelijks gebruik | |
|
gebruikelijk
🇪🇸 El informe cuenta con datos precisos.
🇳🇱 Het rapport bevat nauwkeurige gegevens.
🇪🇸 Contar historias es una forma de cultura.
🇳🇱 Verhalen vertellen is een vorm van cultuur.
|
formeel | |
|
spreektaal
🇪🇸 Todo depende de la situación.
🇳🇱 Het hangt allemaal af van de situatie.
🇪🇸 Contar con alguien para ayuda.
🇳🇱 Kunnen rekenen op iemand voor hulp.
|
spreektaal | |
|
zeldzaam
🇪🇸 El autor cuenta una historia apasionante.
🇳🇱 De auteur vertelt een boeiend verhaal.
🇪🇸 Contar un cuento a los niños.
🇳🇱 Een verhaaltje vertellen aan de kinderen.
|
literair |